Caprilli

Caprilli/Klassiek Parcours:

De Caprilliproeven zijn een mix tussen de F proeven en springparcoursen. De ruiter rijdt een dressuurproef waarbij er tussendoor hindernissen gesprongen moeten worden. Aan iedere Caprilliproef is een klassiek springparcours verbonden. Na het behalen van een promotiepunt in de Caprilliproef moet een ruiter een klassiek springparcours afleggen, waarvoor een tweede promotiepunt behaald kan worden. Het klassieke parcours zal op stijl beoordeeld worden. De drie stijlpunten zijn: regelmatig galoptempo tussen de sprongen, meegaan en niet storen in het hoofd-, nek- en ruggebruik, hulpen en verlichte zit. Naarmate een ruiter een hoger niveau behaalt, zullen de sprongen elkaar sneller opvolgen en worden de te rijden lijnen steeds moeilijker.

Instroomeisen:

-       Na het behalen van het F6-diploma mag er gestart worden in de Caprilliproeven (C-Proeven).

-       Iedere ruiter begint in de C1 proef en als je 1 Promotiepunt behaald hebt in de Caprilliproef en 1 Promotiepunt in het klassiek parcours, dan ga je door naar de volgende proef.

-       Aan de proeven C1, C2, C3 en C4 zijn diploma’s verbonden. Alleen voor het C1 diploma dient een theoretisch examen afgelegd te worden.

-       De hoogte voor de sprongen bij Caprilliproeven en klassieke parcoursen zijn als volgt:

-              C1 hoogte 50-60 cm.

-              C2 hoogte 60-70 cm.

-              C3 hoogte 70-80 cm.

-              C4 hoogte 80-90 cm.

Het is van belang dat de ruiters met hun instructrice overleggen of ze al klaar zijn voor zowel de Vaardigheid- als Caprilliproeven. De proeven worden verreden op eigen verantwoordelijkheid van de deelnemers. Een ander kan hier niet voor aansprakelijk worden gesteld. De voorlezer is dus niet verantwoordelijk voor foutjes tijdens het lezen! Het is van belang dat het bijbehorende paspoort voor aanvang van de proef wordt ingeleverd bij het secretariaat. Vanaf de F6 dien je zelf voor een lezer te zorgen! De inschrijfprocedure, kledingvoorschriften en bekendmaking starttijden zullen hetzelfde zijn als bij de F proeven.